ECLI:NL:RVS:2014:891
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring wegens termijnoverschrijding
Bij besluit van 6 januari 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, maar dit beroep werd op 17 januari 2014 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Afdeling beoordeelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen moest het hogerberoepschrift binnen één week na de uitspraak van de rechtbank worden ingediend. De termijn eindigde op 24 januari 2014. Een fax die op 25 januari binnenkwam bleek blanco te zijn, en het per post ontvangen hogerberoepschrift kwam pas op 28 januari binnen, dus na afloop van de termijn.
De vreemdeling stelde dat het hogerberoepschrift op 24 januari was verzonden, wat werd ondersteund door een frankeerstempel op de enveloppe. Echter, de poststempel van PostNL vermeldde 27 januari als verzenddatum. Gezien ook het faxbericht dat uitsluitend per fax was verzonden, achtte de Afdeling het niet aannemelijk dat het hogerberoepschrift tijdig ter post was bezorgd. Er waren geen omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van M.G.J. Parkins-de Vin op 28 februari 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.