ECLI:NL:RVS:2014:893
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bij opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingen
Bij besluiten van 3 december 2013 zijn aan vreemdelingen vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd. De vreemdelingen stelden beroep in tegen deze maatregelen. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en hief de maatregelen op, omdat ter zitting geen tolk in de Oeigoerse taal beschikbaar was om de vreemdelingen te horen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad voor de Rechtspraak oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij niet heeft overwogen het onderzoek te schorsen en binnen een redelijke termijn te hervatten met een tolk. Artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 verplicht niet tot sluiting van het onderzoek binnen veertien dagen.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaken terug voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de motiveringsplicht. Er zijn geen aanwijzingen voor proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.