ECLI:NL:RVS:2014:906
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskosten in hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 25 oktober 2013 werd aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een hogere proceskostenvergoeding.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding toekende voor het verschijnen ter zitting, terwijl de vreemdeling daar wel vertegenwoordigd was. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het deel van de uitspraak over de proceskosten en stelde deze vast op €974,00, bestaande uit punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van deze proceskosten en daarnaast tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep van €487,00. Het verzoek om aanvullende schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de Raad van State treedt in de plaats van het vernietigde deel van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, proceskosten worden verhoogd vastgesteld en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.