ECLI:NL:RVS:2014:939
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en vernietiging rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag gegrond verklaarde. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de tegenwerping van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 niet deugdelijk had onderbouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de staatssecretaris niet mocht eisen dat de vreemdeling zijn reisroute met documenten zoals vliegtickets moest staven. De staatssecretaris mocht redelijkerwijs aannemen dat het ontbreken van deze documenten de geloofwaardigheid van de reisroute aantastte.
Verder stelde de Afdeling vast dat de verklaringen van de vreemdeling over zijn actieve lidmaatschap van het Front Populaire Ivoirien en zijn activiteiten voor de coalitiepartij niet geloofwaardig waren, mede doordat de overgelegde documenten niet overtuigend waren en de vreemdeling onjuiste feiten noemde. Hierdoor ontbrak het asielrelaas aan positieve overtuigingskracht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.