ECLI:NL:RVS:2014:940
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- L.C.M. Wijgerde
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning verbouwing woning ondanks bezwaren over planvoorschriften en woonomgeving
Het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek verleende op 30 mei 2011 een vergunning voor de verbouwing van een woning. Hiertegen maakte [appellante] bezwaar en startte een beroepsprocedure. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond, waarna [appellante] hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, met name de maximale bebouwingsoppervlakte achter de gevellijn en de oppervlakte van de tweede bouwlaag. De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat het college terecht had geoordeeld dat het bouwplan niet in strijd was met de planvoorschriften. De oppervlakte van de tweede bouwlaag was niet groter dan toegestaan, waarbij het balkon niet werd meegeteld.
Daarnaast werd geoordeeld dat het college terecht afweek van de standaardregels op grond van architectonische noodzaak en dat het bouwplan geen afbreuk deed aan het straatbeeld. Ook de bezwaren over aantasting van privacy en woongenot werden verworpen, mede vanwege de afstand tussen de woningen en aanwezige begroeiing.
De Raad van State vond geen aanwijzingen voor willekeur of vooringenomenheid bij het college en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot vergunningverlening en verklaart het hoger beroep ongegrond.