ECLI:NL:RVS:2014:941
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanwijzing Bentheimer waterput als beschermd rijksmonument
De minister wees het verzoek af om een Bentheimer waterput uit 1575 op een perceel te Gelselaar aan te wijzen als beschermd rijksmonument. De waterput werd als bijzonder erkend vanwege de vroege datering en monumentale waarde, maar werd niet als een bedreigd topmonument beschouwd.
De Raad voor Cultuur adviseerde positief vanwege de zeldzaamheid, maar het advies vermeldde niet dat het een bedreigd topmonument betrof. De minister baseerde zijn besluit op de Tijdelijke beleidsregel die aanwijzing van monumenten van vóór 1940 in principe uitsluit, tenzij sprake is van een bedreigd topmonument.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling oordeelde dat de minister terecht afweek van het advies van de Raad voor Cultuur omdat de waterput geen onmisbare ijkwaarde heeft en niet bedreigd wordt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanwijzing van de waterput als beschermd rijksmonument wordt bevestigd.