ECLI:NL:RVS:2014:979
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen bestrating in agrarisch gebied te Aalten
Het college van burgemeester en wethouders van Aalten heeft appellant onder dwangsom gelast de op haar perceel aangebrachte bestrating te verwijderen, omdat deze zonder vergunning is aangelegd in strijd met het bestemmingsplan agrarisch gebied.
Appellant stelde dat zij een vergunning had verkregen en dat het college het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden. Deze bezwaren zijn door de rechtbank en de Afdeling verworpen. De Afdeling oordeelde dat de bestrating niet onder de verleende vergunning viel en dat het college het hoor en wederhoor correct had toegepast.
Verder voerde appellant aan dat bijzondere omstandigheden, zoals concreet zicht op legalisering en het ontbreken van overlast, handhaving zouden moeten verhinderen. De Afdeling stelde dat het college terecht geen vergunning verleent vanwege beleidsmatige overwegingen en dat het handhaven niet onevenredig is.
Ook het bezwaar tegen wijziging van de dwangsom en de motivering van de hoogte ervan faalden. De Afdeling bevestigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tot verwijdering van de bestrating wordt bevestigd.