ECLI:NL:RVS:2014:981
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens onherroepelijk bestemmingsplan en geen belang bij vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen verleende op 17 december 2010 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een garage bij een woning. Tegen dit besluit en de daaropvolgende niet-herroeping van de vergunning werd beroep ingesteld door [appellante] en een wederpartij. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna [appellante] hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In de procedure stelde het college dat het bestemmingsplan "Zuideropgaande 2011", vastgesteld op 29 november 2012 en onherroepelijk geworden, voorziet in het bouwplan zoals aangevraagd. Dit betekent dat voor het bouwplan geen omgevingsvergunning meer nodig is voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. [Appellante] voerde aan dat het bouwplan niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan vanwege overschrijding van de maximale oppervlakte en hoogte van de garage en het gebruik voor een autobedrijf.
De Afdeling oordeelde dat de oppervlakte en hoogte van de garage binnen de planregels vallen en dat het gebruik als autobedrijf reeds in eerdere uitspraken was beoordeeld. Omdat het bestemmingsplan het bouwplan dekt, is voor het bouwplan geen vergunning meer nodig en heeft [appellante] geen belang meer bij de beoordeling van de vergunning. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 maart 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bouwplan door het bestemmingsplan wordt gedekt en er geen belang meer bestaat bij beoordeling van de vergunning.