ECLI:NL:RVS:2014:997
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 4 juli 2013 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die op 30 juli 2013 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Kern van het geschil was of de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat een bepaalde persoon niet was gehoord, terwijl diens verklaring het asielrelaas van de vreemdeling op een essentieel punt zou kunnen ondersteunen.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris terecht mocht aannemen dat het horen van deze persoon niet noodzakelijk was, omdat diens verklaring het verzoek om internationale bescherming niet kon staven. De samenwerkingsplicht uit de Europese Definitierichtlijn verplicht lidstaten niet om deze persoon te horen in deze context.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.