ECLI:NL:RVS:2015:1001
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- E. Helder
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan kustversterking en jachthaven Cadzand-Bad vanwege onvolledige passende beoordeling en zorgvuldigheidsgebrek
De raad van de gemeente Sluis stelde op 26 september 2013 het bestemmingsplan 'Kustversterking en jachthaven Cadzand-Bad' vast, waarin maatregelen voor kustversterking en de aanleg van een jachthaven met clubgebouw werden voorzien. De Vereniging van Eigenaars Boulevard de Wielingen en anderen, evenals een tweede appellant, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de appellanten belanghebbenden zijn en het beroep ontvankelijk is.
De Afdeling toetste de financiële uitvoerbaarheid, het gemeentelijk beleid, de omvang van de jachthaven, de parkeervoorzieningen, de wijzigingsbevoegdheid voor het clubgebouw en de milieueffecten, waaronder geluidhinder. De Afdeling oordeelde dat het plan in redelijkheid was vastgesteld op deze punten, maar constateerde een schending van de zorgvuldigheid omdat het plan geen sloopregeling bevatte voor het bestaande KNRM-gebouw.
Belangrijk was de beoordeling van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied 'Zwin & Kievittepolder'. De Afdeling stelde vast dat de passende beoordeling onvolledig was en niet alle effecten op de stikstofgevoelige habitattypen voldoende inzichtelijk waren gemaakt, waardoor het plan in strijd is met artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998. Na aanvullend onderzoek achtte de Afdeling het echter verantwoord om de rechtsgevolgen van het besluit grotendeels in stand te laten, met uitzondering van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 2'.
De Afdeling vernietigde het bestemmingsplan in zijn geheel, behalve voor het genoemde wijzigingsgebied, en legde de gemeente op binnen 16 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is vernietigd wegens strijd met de Natuurbeschermingswet en schending van zorgvuldigheid, met behoud van rechtsgevolgen behalve voor het wijzigingsgebied.