ECLI:NL:RVS:2015:1009
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D.J.C. van den Broek
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inzagerecht persoonsgegevens bij De Nederlandsche Bank
Bij besluit van 18 oktober 2012 weigerde De Nederlandsche Bank (DNB) het verzoek van appellant tot inzage in zijn persoonsgegevens in onderzoeksdossiers. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep deels gegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling hield de zaak aan in verband met prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, die in juli 2014 werden beantwoord. Vervolgens wijzigde DNB het besluit op 9 februari 2015 conform een tussenuitspraak van de Afdeling, waarbij een overzicht van verwerkte persoonsgegevens werd verstrekt, met uitzondering van namen van onder toezicht staande ondernemingen.
De Afdeling oordeelde dat het oorspronkelijke besluit van 18 februari 2013 onvoldoende was gemotiveerd en verklaarde het beroep hiertegen gegrond. Het beroep tegen het gewijzigde besluit van 9 februari 2015 werd ongegrond verklaard omdat appellant geen zienswijze had ingediend. Tevens werd DNB veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 18 februari 2013 wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het gewijzigde besluit van 9 februari 2015 ongegrond.