ECLI:NL:RVS:2015:1014
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 20 mei 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer was geplaatst, in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Het college stelde dat de huisvuilzak van appellant afkomstig was, omdat daarin een poststuk met zijn naam en adres was aangetroffen, en legde een deel van de kosten (€126,00) bij appellant neer.
Appellant voerde aan dat hij niet degene was die de huisvuilzak verkeerd had aangeboden. Hij stelde dat het poststuk abusievelijk bij een andere woning was bezorgd, en dat de bewoner van die woning de zak had geplaatst. De Raad van State overwoog dat de enkele aanwezigheid van het poststuk met naam en adres van appellant in de zak voldoende is om aan te nemen dat de zak tot appellant kan worden herleid. De afstand tussen de woning van appellant en de vindplaats van de zak (ongeveer 1,1 km) en de aanwezigheid van andere inzamelvoorzieningen in de buurt zijn onvoldoende om aannemelijk te maken dat appellant niet de overtreder is.
De Raad van State verwierp het verweer dat de postbezorger met een verstandelijke beperking de fout zou hebben veroorzaakt, en concludeerde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet de overtreding heeft begaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.