ECLI:NL:RVS:2015:1025
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand in ontnemingsprocedure
De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag van de wederpartij om een toevoeging voor rechtsbijstand in een ontnemingsprocedure af vanwege overschrijding van de financiële grenzen op grond van het vermogen. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en bepaalde dat de raad een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
In hoger beroep stelde de raad dat hij gebonden was aan de gegevens van de Belastingdienst en dat het conservatoire beslag op het vermogen niet in aanmerking hoefde te worden genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 6 EVRM Pro van toepassing is op de ontnemingsprocedure en dat de raad bij het besluit had moeten beoordelen of de wederpartij feitelijk over voldoende middelen beschikte om een raadsman te bekostigen.
Omdat de raad dit naliet en onvoldoende aannemelijk maakte dat het beslag was opgeheven, kon het besluit niet in stand blijven. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten. Het griffierecht werd eveneens opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging wordt bevestigd.