ECLI:NL:RVS:2015:1035
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling wegens risico besnijdenis dochter in Nigeria
De staatssecretaris wees op 29 april 2014 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling zijn minderjarige dochter in Nigeria kan beschermen tegen genitale verminking (besnijdenis). De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Nigeria voort te zetten, mede vanwege het ontbreken van een sociaal netwerk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het ambtsbericht inzake Nigeria aangeeft dat het ontbreken van een sociaal netwerk slechts een belemmering is indien men niet zonder dat netwerk een nieuw bestaan kan opbouwen. De staatssecretaris had terecht gemotiveerd dat de vreemdeling in staat wordt geacht in een stad met een laag risico op besnijdenis een bestaan op te bouwen en dat opvangmogelijkheden via ngo's aanwezig zijn.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.