ECLI:NL:RVS:2015:1057
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning wegens ernstig gevaar op strafbare feiten
De burgemeester heeft op 12 juni 2013 de exploitatievergunning van een coffeeshop ingetrokken vanwege het niet langer gedogen van de verkoop van softdrugs en het ernstige gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor strafbare feiten. Het bezwaar van de exploitant werd grotendeels ongegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank eveneens afgewezen.
In hoger beroep betoogde de exploitant onder meer dat de onschuldpresumptie werd geschonden en dat de intrekking niet gerechtvaardigd was, mede omdat het aantreffen van meer dan 500 gram softdrugs niet redengevend zou zijn. De Raad van State oordeelde dat de intrekking proportioneel was en dat het bibob-advies waarop de burgemeester zich baseerde zorgvuldig was. Ook werd bevestigd dat het vermoeden van strafbare feiten in de bestuursrechtelijke procedure geen schending van de onschuldpresumptie inhoudt.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De intrekking van de exploitatievergunning is rechtmatig en evenredig, gelet op het ernstige gevaar dat de vergunning mede wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning wordt bevestigd wegens ernstig gevaar op gebruik voor strafbare feiten.