ECLI:NL:RVS:2015:1061
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- E. Helder
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering saldering stikstofdepositie veehouderij wegens onjuiste rechtsgrond
Hoevarko B.V. verzocht het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om saldering van stikstofemissies voor de uitbreiding van haar scharrelvarkenshouderij. Het college wees dit verzoek bij besluit van 6 februari 2012 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 10 september 2013. Hiertegen stelde Hoevarko beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat Hoevarko voldoende belang had bij het beroep vanwege aannemelijke vertragingsschade door het niet kunnen realiseren van de uitbreiding en de noodzaak emissierechten op de markt te verwerven. Het college had de weigering gebaseerd op de stikstofverordening 2013, die op het moment van bezwaarbesluit van toepassing was, maar onterecht werd aangenomen dat de oude verordening gold. Hierdoor was het besluit op bezwaar niet rechtsgeldig.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat op grond van latere regelgeving geen ruimte meer was in de depositiebank voor saldering. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 10 september 2013 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.