ECLI:NL:RVS:2015:1069
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over geen dwangsom bij niet-tijdig besluit Wob-verzoek
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland waarin werd geoordeeld dat de minister geen dwangsom verschuldigd is op grond van artikel 4:17 Awb Pro wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een Wob-verzoek.
Appellant had een fax gestuurd die hij als ingebrekestelling beschouwde, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet voldeed aan de vereisten omdat niet duidelijk was dat appellant de minister maande binnen een bepaalde termijn te beslissen of aanspraak maakte op een dwangsom.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitleg en benadrukt dat een ingebrekestelling weliswaar vormvrij is, maar duidelijk moet maken dat het bestuursorgaan wordt gemaand alsnog te beslissen. Tevens oordeelt de Afdeling dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat de minister daarom terecht van horen kon afzien.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak dat geen dwangsom verschuldigd is bevestigd.