ECLI:NL:RVS:2015:1076
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen vernietigde waarin het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 werd herzien en op nihil gesteld.
De Belastingdienst had het voorschot herzien omdat appellant niet kon aantonen dat de gastouderopvang plaatsvond op basis van een overeenkomst zoals vereist in artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang en dat zij daadwerkelijk kosten had gemaakt. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de overeenkomsten niet voldeden aan de wettelijke eisen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank onzorgvuldig was en dat de eisen van de Regeling Wet kinderopvang niet aan haar gesteld konden worden. De Afdeling oordeelde dat het aan de ouder is om de afspraken schriftelijk aan te tonen en dat ondertekening door beide partijen essentieel is om de overeenkomst te bewijzen.
Verder kon appellant niet aantonen dat zij kosten had gemaakt, omdat zij geen facturen of betaalbewijzen overlegde. Ook het betoog dat zij niet gehoord was in de bezwaarfase faalde omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond over het ontbreken van aanspraak.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.