ECLI:NL:RVS:2015:1097
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag wegens onjuiste inschrijving medebewoners in GBA
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de huurtoeslag over 2010 definitief vast op nihil en vorderde het toegekende voorschot terug, omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen van appellant en zijn ouders te hoog was. De ouders stonden volgens de GBA ingeschreven op het adres van appellant, waardoor hun inkomen meetelde.
Appellant voerde aan dat hij een formulier 'Aangifte briefadres' had ingediend om de inschrijving te wijzigen en dat de ouders feitelijk niet op het adres woonden. De rechtbank oordeelde echter dat de GBA als betrouwbare bron geldt en dat onjuiste inschrijvingen onomstotelijk moeten worden bewezen. Appellant kon niet aantonen dat de inschrijving onjuist was of dat hem dit niet kon worden toegerekend.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en wees het beroep af. Tevens werd geoordeeld dat de terugvordering van het voorschot op grond van artikel 26 Awir Pro dwingend is en geen belangenafweging toelaat. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de huurtoeslag bevestigd.