ECLI:NL:RVS:2015:1113
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Rossum-Noord wegens onvoldoende onderbouwing woningbehoefte en belemmering bedrijfsvoering
De raad van de gemeente Dinkelland stelde op 1 juli 2014 het bestemmingsplan Rossum-Noord vast, dat de bouw van maximaal 40 woningen aan de noordelijke dorpsrand van Rossum mogelijk maakt. [Appellant], exploitant van een melkveehouderijbedrijf op een nabijgelegen perceel, stelde beroep in tegen dit besluit. Hij voerde aan dat het plan niet voldoet aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), omdat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat er een actuele regionale behoefte bestaat aan de voorziene woningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad onvoldoende heeft aangetoond dat de woningbouw voorziet in een actuele regionale behoefte. De gebruikte rapporten richtten zich voornamelijk op de gemeente Dinkelland en niet op de bredere regio, waardoor geen adequaat inzicht werd gegeven in de regionale woningbehoefte. Daarnaast stelde appellant dat het plan zijn bedrijfsvoering belemmert doordat woningen binnen 100 meter van zijn bouwvlak worden toegestaan, wat uitbreiding van zijn melkveebedrijf onmogelijk maakt.
De raad stelde dat de afstand tot de woningen ongeveer 140 meter bedraagt en dat er voldoende mogelijkheden zijn voor nieuwbouw binnen de minimale afstandseis. De Afdeling constateerde echter dat delen van het bouwvlak binnen 100 meter van woningen liggen en dat de bedrijfsvoering van appellant hierdoor daadwerkelijk wordt belemmerd. Ook de aanwezigheid van een gasleiding beperkt uitbreidingsmogelijkheden.
De Afdeling concludeerde dat het bestemmingsplan in strijd is met het Bro en de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit. De raad werd opgedragen het besluit binnen vier weken te verwerken op de landelijke voorziening en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Rossum-Noord wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de regionale woningbehoefte en belemmering van de bedrijfsvoering.