ECLI:NL:RVS:2015:1121
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihil vaststelling kinderopvangtoeslag over 2009 na onvoldoende bewijs van kosten
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 3 juli 2013 de kinderopvangtoeslag van appellant over 2009 definitief vast op nihil, omdat appellant niet had aangetoond dat zij kosten voor kinderopvang had gemaakt. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, maar zowel de rechtbank als de Raad van State verklaarden het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat zij met kwitanties en bankafschriften wel degelijk had aangetoond dat zij kosten had gemaakt en verwees naar eerdere uitspraken waarin dergelijke stukken voldoende bewijskracht hadden. De Raad van State overwoog echter dat contante betalingen alleen met kwitanties en corresponderende geldopnames kunnen worden bewezen, wat in deze zaak niet overtuigend was aangetoond. Bovendien waren de kwitanties slechts voor de eerste helft van 2009 en kwamen de data en bedragen van geldopnamen niet overeen met de kwitanties.
Ook het feit dat appellant bij de hoorzitting het bestaan van kwitanties ontkende en deze pas later overlegde, ondermijnde de geloofwaardigheid van haar bewijs. De rechtbank en de Raad van State hechtten daarom onvoldoende gewicht aan de overgelegde stukken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 8 april 2015 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de kinderopvangtoeslag op nihil bevestigd.