ECLI:NL:RVS:2015:1123
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel koptische christen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 10 september 2014 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zich ondeugdelijk had gemotiveerd over de mogelijkheid van bescherming door de Egyptische autoriteiten. De vreemdeling had zelf verklaard dat de politie na eerdere mishandeling daadwerkelijk had opgetreden en dat hij zich later telefonisch tot de politie had gewend zonder aannemelijk te maken dat hij geen bescherming kon krijgen.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en toetste het besluit van de staatssecretaris opnieuw. De vreemdeling had in zijn beroepschrift geen gegronde bezwaren tegen de reactie van de staatssecretaris op zijn betoog over discriminatie als koptische christen aangevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.