ECLI:NL:RVS:2015:1129
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bouwvlak in bestemmingsplan Veegplan stedelijk gebied te Putten
Bij besluit van 4 september 2014 stelde de raad van de gemeente Putten het bestemmingsplan 'Veegplan stedelijk gebied' vast, waarin onder meer de uitbreiding van bedrijfsbebouwing aan de Stationsstraat 28 mogelijk werd gemaakt. Verzoekers, bewoners van een nabijgelegen perceel, maakten bezwaar tegen deze uitbreidingsmogelijkheden vanwege mogelijke aantasting van hun woongenot en stelden dat de afstand tot hun woning onvoldoende was.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Er werd geoordeeld dat verzoekers een spoedeisend belang hadden bij het schorsen van de bouwmogelijkheden, maar niet bij de wijzigingsbevoegdheid voor woningbouw, omdat die nog niet direct zou worden toegepast.
De raad verdedigde het plan met verwijzing naar de VNG-brochure die een richtafstand van 10 meter hanteert voor gemengde gebieden en stelde dat de toename van de bedrijfsbebouwing en hoogte geen onaanvaardbare inbreuk vormde, mede door een afschermende houtwal.
De voorzieningenrechter vond dat de raad redelijkerwijs kon uitgaan van de gebiedskarakterisering en afstand, maar stelde vraagtekens bij de breedte van de groenstrook met houtwal. De strook was op een deel van het perceel slechts twee meter breed, terwijl elders 4,5 meter was voorzien. De raad had onvoldoende gemotiveerd waarom deze smalle strook aanvaardbaar was en waarom alternatieve situering van het bouwvlak niet was onderzocht.
Daarom werd het bouwvlak aan de oostzijde van het plandeel geschorst bij wijze van voorlopige voorziening, terwijl het verzoek voor het overige werd afgewezen. Verzoekers kregen vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bouwvlak aan de oostzijde van Stationsstraat 28 wordt geschorst, het overige verzoek wordt afgewezen.