ECLI:NL:RVS:2015:1132
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen tijdelijk huisverbod opgelegd door burgemeester
De burgemeester van Bergeijk legde op 4 november 2014 een tijdelijk huisverbod op aan appellant sub 2 vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van diens vriendin en kinderen, gebaseerd op meldingen van mishandeling en eerdere interventies.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod niet in stand kon blijven omdat appellant sub 2 hulpverlening had aanvaard en intrinsiek gemotiveerd was om mee te werken, waardoor het gevaar niet langer zou bestaan.
De burgemeester stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat het enkel toezeggen van hulpverlening niet voldoende is om het huisverbod te beëindigen en dat het belang van het slachtoffer onvoldoende was meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het huisverbod kon worden opgeheven omdat er nog geen reële aanvang van hulpverlening was gemaakt en het gevaar daardoor niet was weggenomen.
Het hoger beroep van de burgemeester werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 ongegrond, en het vonnis van de rechtbank vernietigd, waarbij het beroep tegen het huisverbod alsnog ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard en het huisverbod blijft van kracht.