ECLI:NL:RVS:2015:1140
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding wegens zicht op uitzetting
De vreemdeling was op 29 januari 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees zijn verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko ontbrak. De Afdeling stelde echter vast dat het zicht op uitzetting naar Marokko sinds 9 december 2014 ontbreekt, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidt omdat het zicht op uitzetting naar Algerije wel aanwezig is.
De staatssecretaris overlegde stukken waaruit bleek dat op 11 februari 2015 een aanvraag voor een laissez passer naar Algerije was verzonden en dat een presentatie bij de Algerijnse diplomatieke vertegenwoordiging gepland stond. De Afdeling concludeerde dat het zicht op uitzetting naar Algerije niet ontbreekt, verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.