ECLI:NL:RVS:2015:1141
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 15 november 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Na een categoriewijziging van de bewaring en een intrekking van het beroep door de vreemdeling, oordeelde de rechtbank Den Haag op 22 januari 2015 dat het beroep gegrond was en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris had de bewaring op 19 december 2014 opgeheven vanwege vormfouten.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het beroep beperkte tot de nieuwe maatregel van 28 november 2014, terwijl de oorspronkelijke bewaring van 15 november 2014 onrechtmatig was. De Raad van State bevestigde dat een categoriewijziging geen nieuwe maatregel is, maar een voortzetting van de oorspronkelijke bewaring. Hierdoor bleef het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 15 november 2014 van kracht.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende hem een schadevergoeding van € 2.720 toe voor de periode van 15 november tot 19 december 2014. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.470.
Uitkomst: De vreemdeling krijgt een schadevergoeding van € 2.720 wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring van 15 november tot 19 december 2014.