ECLI:NL:RVS:2015:1142
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 30 december 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. De vreemdeling stelde dat sinds oktober 2014 geen laissez passer meer werden afgegeven door de Marokkaanse autoriteiten vanwege het voornemen van de Nederlandse regering om het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid met Marokko op te zeggen. De staatssecretaris kon geen concrete termijn geven waarop de medewerking van Marokko zou worden hervat.
De Afdeling overwoog dat het ontbreken van zicht op uitzetting de vreemdelingenbewaring onrechtmatig maakt. Gezien de duidelijke verklaring van de Marokkaanse autoriteiten en het gebrek aan concrete aanknopingspunten voor hervatting van medewerking, werd vastgesteld dat het zicht op uitzetting sinds 9 december 2014 ontbreekt. De maatregel van bewaring was derhalve onrechtmatig vanaf het begin.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende een schadevergoeding toe over de periode van 30 december 2014 tot 19 januari 2015, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd onrechtmatig verklaard wegens ontbreken van zicht op uitzetting, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.