ECLI:NL:RVS:2015:1152
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- N. Verheij
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering vereveningsbijdrage Zorgverzekeringswet 2007
Zorg en Zekerheid betwistte de herziening van de vereveningsbijdrage 2007 door het Zorginstituut, waarbij een te hoog toegekend bedrag werd teruggevorderd vanwege onjuiste verrekenpercentages voor de hogekostencompensatie (HKC). Na behandeling van het beroep en advies van de Europese Commissie, oordeelt de Afdeling dat de herziening en terugvordering gerechtvaardigd zijn omdat de fout onrechtmatige staatssteun oplevert.
De Afdeling benadrukt dat het beginsel van bescherming van gewettigd vertrouwen niet van toepassing is, omdat de procedure van artikel 108 VWEU Pro niet is gevolgd bij de foutieve toekenning. Ook is geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die dit vertrouwen zouden rechtvaardigen. Het complexe karakter van het systeem en de geringe omvang van het bedrag ten opzichte van het totaal spelen hierbij een rol.
Verder stelt de Afdeling vast dat het Zorginstituut op grond van het Unierecht en het nationale bestuursrecht bevoegd is de beschikking te herzien en het te veel betaalde terug te vorderen, ondanks het ontbreken van een expliciete grondslag in de Zvw 2007. Het beroep van Zorg en Zekerheid faalt ook in haar betoog dat geen belangenafweging heeft plaatsgevonden en dat zij niet is gehoord voorafgaand aan de herziening.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van het Zorginstituut tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun binnen het risicovereveningssysteem.
Uitkomst: Het beroep van Zorg en Zekerheid tegen de herziening en terugvordering van de vereveningsbijdrage 2007 wordt ongegrond verklaard.