ECLI:NL:RVS:2015:1160
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling vreemdelingen in horecabedrijf
De minister legde appellant een boete van €18.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €15.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellant terecht arbeid heeft laten verrichten door een vreemdeling (vreemdeling 3) in de periode van 1 juni 2011 tot 13 juni 2011 zonder vergunning, ondanks dat loon werd betaald vanaf 1 juni 2011. De verklaringen van appellant en de chef-kok dat vreemdeling 3 toen niet werkte, werden onvoldoende geacht. Ook werd bevestigd dat de werkzaamheden van de andere vreemdelingen niet als frituurkok kwalificeerden volgens het UWV-stappenplan.
Verder werd geoordeeld dat de minister de boete terecht heeft vastgesteld en dat de matiging van een eerdere boete niet tot een lagere boete in deze zaak leidt. De boete is proportioneel en in lijn met de doelstellingen van de Wet arbeid vreemdelingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €15.000 wegens illegale tewerkstelling van een vreemdeling zonder vergunning.