ECLI:NL:RVS:2015:1161
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- D.J.C. van den Broek
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan nieuwvestiging intensieve veehouderij Molenschut Leende wegens ontbreken passende beoordeling
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 23 april 2013 een ontheffing voor de nieuwvestiging van een intensieve veehouderij aan de Molenschut te Leende, waarna de gemeenteraad op 12 mei 2014 het bestemmingsplan vaststelde. Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld door verschillende appellanten, waaronder een vereniging voor natuur- en milieueducatie.
De appellanten stelden onder meer dat de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden zou toenemen en dat daarom een passende beoordeling en plan-milieueffectrapportage (plan-MER) vereist waren. De Raad oordeelde dat de gemeente ten onrechte meende dat geen passende beoordeling nodig was, omdat de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nog niet was verleend bij het moment van vaststelling van het plan.
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat inmiddels een onherroepelijke vergunning was verleend met een passende beoordeling, en het plan geborgd is binnen de milieuregelgeving. Andere bezwaren, zoals over de landschappelijke inpassing en het woon- en leefklimaat, werden verworpen. Het beroep van een deel van de appellanten werd gegrond verklaard, het beroep van anderen ongegrond. De Raad veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd wegens het ontbreken van een passende beoordeling, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.