ECLI:NL:RVS:2015:1196
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek betalingsregeling bij toeslagschuld wegens opzet of grove schuld
De appellant had een toeslagschuld van €17.278,00 wegens ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag over 2010. De Belastingdienst/Toeslagen verleende uitstel van betaling onder de voorwaarde van terugbetaling in 24 maandelijkse termijnen van €721,00, omdat de schuld was ontstaan door opzet of grove schuld van appellant.
De rechtbank oordeelde dat het beleid en de wettelijke bepalingen het niet toestaan om bij een toeslagschuld door opzet of grove schuld rekening te houden met de persoonlijke financiële situatie bij het vaststellen van de betalingsregeling. De appellant voerde aan dat het maandbedrag te hoog was gezien zijn inkomen en gezinssituatie, maar dit werd verworpen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de Belastingdienst terecht het verzoek om een betalingsregeling op basis van betalingscapaciteit heeft afgewezen en dat het maandbedrag van €721,00 juist is vastgesteld. De appellant kan zich bij eventuele invordering richten tot de deurwaarder die rekening moet houden met de beslagvrije voet.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsregeling van 24 maanden met maandelijkse termijnen van €721,00 wordt bevestigd.