ECLI:NL:RVS:2015:1198
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uittreding Rijk uit Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Midden-Delfland
Het algemeen bestuur van het recreatieschap Midden-Delfland (MDR) stelde het schadebedrag en de uittreedsom vast na het besluit van het Rijk om uit de gemeenschappelijke regeling te treden. De rechtbank oordeelde dat de uittreedsom onredelijk was vastgesteld en bepaalde dat de uittredingsdatum 31 december 2011 moest zijn in plaats van 1 januari 2013.
MDR stelde daarop een nieuw besluit vast, waarbij een langere periode dan de gebruikelijke vijf jaar werd gehanteerd voor de berekening van de schadevergoeding, rekening houdend met langlopende erfpachtcontracten en beheerlasten. De staatssecretaris betwistte dit en stelde dat MDR onvoldoende gelegenheid had gehad om te reageren op het nieuwe besluit en de onderliggende rapporten.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de jurisprudentie een overbruggingsperiode van vijf jaar voorschrijft voor het bepalen van de uittredingsvergoeding en dat langlopende verplichtingen geen uitzondering vormen. Tevens concludeerde zij dat het nieuwe besluit in strijd is met de Awb vanwege procedurele gebreken en vernietigde het besluit. MDR moet het bezwaar opnieuw behandelen met inachtneming van de juiste uitgangspunten en de staatssecretaris moet worden gehoord.
De Afdeling veroordeelde MDR tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het besluit van 14 januari 2015 wordt vernietigd en MDR dient het bezwaar opnieuw te behandelen met inachtneming van de jurisprudentie en correcte procedure.