ECLI:NL:RVS:2015:1201
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing hoger beroep in asielzaak over geloofwaardigheidsbeoordeling
De staatssecretaris wees op 8 december 2014 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde dit besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het WBV 2014/36 en de bijbehorende werkinstructie WI 2014/10, waarin de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling werd geïntroduceerd. De rechtbank had deze beleidswijziging bij de beoordeling betrokken, terwijl de staatssecretaris stelde dat het slechts een nieuwe wijze van motiveren betrof en geen wijziging van beleid of bewijslastverdeling.
De Raad van State oordeelde dat het WBV 2014/36 en WI 2014/10 inderdaad geen wijziging van beleid of bewijslastverdeling inhouden, maar een andere wijze van motiveren van het geloofwaardigheidsoordeel. De rechtbank had dit ten onrechte betrokken bij haar beoordeling. Daarom vernietigde de Raad van State het vonnis en wees de zaak terug naar de rechtbank om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast stelde de Raad van State de proceskosten in hoger beroep vast op €980,00 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.