ECLI:NL:RVS:2015:1203
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste beleidsbeoordeling bij asielaanvraag
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 december 2014 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij een nieuwe beoordeling door de staatssecretaris beval. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het Besluit WBV 2014/36 en de Werkinstructie WI 2014/10, waarin de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling werd geïntroduceerd. De staatssecretaris voerde aan dat deze wijziging geen beleidswijziging inhoudt maar slechts een andere wijze van motiveren van de geloofwaardigheidsoordelen. De rechtbank had dit echter anders beoordeeld en het nieuwe beoordelingskader betrokken bij haar uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het WBV 2014/36 en WI 2014/10 geen wijziging van beleid vormen in de zin van artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze beleidswijziging ten onrechte betrokken bij haar beoordeling. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van de juiste beleidskaders.
De proceskosten van het hoger beroep werden vastgesteld op €980,00, waarvan de vergoeding door de rechtbank moet worden beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.