ECLI:NL:RVS:2015:1212
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde [appellante] een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning (twv) schilderwerkzaamheden verrichtte. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
[appellante] voerde aan dat zij niet als werkgever in de zin van de Wav moest worden aangemerkt, dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en dat hij de status van langdurig ingezetene bezat, waardoor het twv-vereiste niet van toepassing zou zijn. De Afdeling oordeelde dat het ruime werkgeversbegrip geldt en dat feitelijk laten verrichten van arbeid voldoende is voor werkgeverschap, ongeacht een arbeidsovereenkomst of zelfstandigheid.
Ook het beroep op de status van langdurig ingezetene en afgeleid recht van vrij verkeer en verblijf faalde, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden uit de relevante EU-richtlijnen en jurisprudentie. Verder was de vreemdeling niet in het bezit van een Nederlandse verblijfsvergunning voor zelfstandigen, waardoor geen uitzondering op het twv-vereiste gold.
De Afdeling overwoog dat de minister bij boeteoplegging discretionaire bevoegdheid heeft, maar dat de boete passend is gelet op de ernst van de overtreding en het verwijtbaarheidsgehalte. Het feit dat het de eerste overtreding was en de voorgenomen wetswijziging tot waarschuwingen, leidde niet tot matiging. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en de bedrijfsvoering faalden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €12.000 wegens illegale tewerkstelling zonder tewerkstellingsvergunning wordt bevestigd.