ECLI:NL:RVS:2015:1224
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Ypenburg voor bedrijventerrein Ycatch-terrein wegens strijd met regionale detailhandelsverordening
De raad van de gemeente Den Haag stelde op 17 oktober 2013 het bestemmingsplan "Ypenburg" vast, waaronder het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" ter plaatse van het Ycatch-terrein. Hiertegen stelden Bouwmarkt Ypenburg B.V. en Praxis Vastgoed B.V. en Praxis Doe-het-zelf Center B.V. beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 4 december 2014.
Bouwmarkt Ypenburg en andere beroepen werden ongegrond verklaard, mede omdat het beroep tegen een reactieve aanwijzing van het college van gedeputeerde staten gegrond was verklaard en het plan daardoor ongewijzigd kon blijven. Praxis voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder onduidelijkheid over parkeernormen, flora- en faunawetgeving, luchtkwaliteit, rechtszekerheid en de afwijkingsbevoegdheid in artikel 4, lid 4.5, van de planregels.
De Afdeling oordeelde dat veel van deze bezwaren niet tot vernietiging konden leiden wegens het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb en omdat de afwijkingsbevoegdheid niet leidde tot een wezenlijke wijziging van de bestemming. Wel werd geoordeeld dat het plan in strijd was met artikel 9, vijfde lid, van de Verordening Ruimte Zuid-Holland omdat geen distributieplanologisch onderzoek was verricht en geen positief advies van het Regionaal Economisch Overleg was verkregen voorafgaand aan de vaststelling van het plan.
De Afdeling vernietigde daarom het bestemmingsplan voor het Ycatch-terrein, maar liet de rechtsgevolgen in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb, omdat achteraf een effectstudie en positief advies waren overgelegd. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Praxis.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Ypenburg voor het Ycatch-terrein wordt vernietigd wegens strijd met de regionale detailhandelsverordening, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.