ECLI:NL:RVS:2015:1227
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling op grond van artikel 8 EVRM
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gegrond verklaarde. De rechtbank had geoordeeld dat uitzetting van de vreemdeling in strijd was met artikel 8 van Pro het EVRM, dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven beschermt.
De staatssecretaris voerde aan dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid had betracht en dat hij alle relevante feiten en omstandigheden had meegewogen in een belangenafweging die een fair balance vormde tussen het belang van de vreemdeling en het Nederlandse toelatingsbeleid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank het toetsingskader niet correct had toegepast en dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt had gesteld dat de belangenafweging in het nadeel van de vreemdeling uitviel.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat het geen nieuwe vragen opriep die beantwoording behoefden. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.