ECLI:NL:RVS:2015:1229
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en om verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Beide aanvragen werden door de minister afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de verlenging niet-ontvankelijk en oordeelde dat de aanvraag voor onbepaalde tijd gegrond was, waarna de staatssecretaris een nieuw besluit nam dat opnieuw werd afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep tegen het besluit van 10 oktober 2014 ongegrond. De vreemdeling voldeed niet aan het middelenvereiste, omdat hij niet tien jaar aaneengesloten rechtmatig verblijf had. Tevens werd geoordeeld dat de vreemdeling niet viel onder de standstillbepalingen van het Associatierecht tussen de EU en Turkije.
De Afdeling verwierp ook de argumenten van de vreemdeling over het begrip hoofdverblijf, de 35e wijziging van de Vreemdelingencirculaire en het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire TBV 2001/3. Er was geen sprake van een schending die tot vernietiging van het besluit kon leiden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de verlenging niet-ontvankelijk.