ECLI:NL:RVS:2015:1237
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking toevoeging civiel wegens onredelijke beoordeling overwaarde woning
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om een eerder verstrekte toevoeging civiel met terugwerkende kracht in te trekken. De intrekking was gebaseerd op de schatting dat het resultaat van de echtscheidingsprocedure een vordering van meer dan 50% van het heffingvrij vermogen opleverde.
Appellant stelde dat de raad geen rekening had gehouden met de daadwerkelijke lagere verkoopprijs van zijn woning, die pas na de intrekking was verkocht. De raad baseerde zich op een beleidsregel waarbij de overwaarde wordt geschat aan de hand van de vraagprijs minus hypotheekschuld en een correctie van 10%, mede vanwege de stagnatie op de woningmarkt.
De Afdeling oordeelde dat de raad terecht alleen het resultaat van de definitieve afhandeling (het hoger beroep) mocht beoordelen, maar dat het beleid waarbij niet werd gewacht op de daadwerkelijke verkoopprijs in dit geval niet redelijk was. Gezien de onzekerheid over de verkoopprijs en het feit dat de woning nog niet was verkocht ten tijde van de beoordeling, had de raad de resultaatbeoordeling moeten uitstellen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad, en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de toevoeging civiel wordt vernietigd wegens onredelijke schatting van de overwaarde en onvoldoende belangenafweging.