ECLI:NL:RVS:2015:1245
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
De minister van Veiligheid en Justitie stelde bezwaar tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel die een dwangsom van €1.260 toekende aan [wederpartij] wegens het niet tijdig beslissen op een Wob-verzoek om openbaarmaking van stukken over een verkeersboete. De minister voerde aan dat het verzoek geen Wob-verzoek was en dat sprake was van misbruik van recht door [wederpartij].
De rechtbank had geoordeeld dat de minister niet tijdig had beslist en daarom de dwangsom moest betalen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat [wederpartij] bewust het CJIB-nummer niet vermeldde om de besluitvorming te vertragen en proceskosten te verkrijgen. Gezien zijn ruime ervaring met bestuursrechtelijke procedures was dit misbruik van recht.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee werd bevestigd dat het gebruik van wettelijke bevoegdheden zonder redelijk doel en met kwade trouw kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.