ECLI:NL:RVS:2015:1246
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek verkeersboete
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel die een beroep gegrond verklaarde en een dwangsom toekende wegens het niet tijdig beslissen op een Wob-verzoek om openbaarmaking van stukken betreffende een verkeersboete.
De minister stelde dat het verzoek en het beroep misbruik van recht vormden, omdat het CJIB-nummer niet tijdig werd verstrekt en het verzoek was gericht op het verkrijgen van dwangsommen en proceskostenvergoedingen. De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond.
De Afdeling oordeelde dat zwaarwegende gronden vereist zijn voor niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van recht, maar dat in dit geval het Wob-verzoek bewust werd ingezet om de besluitvorming te vertragen en dwangsommen te incasseren, mede omdat de gemachtigde een 'no cure no pay'-praktijk voerde.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door het indienen van een Wob-verzoek met als doel het incasseren van dwangsommen.