ECLI:NL:RVS:2015:1263
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Haagse Hout
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde bij besluit van 21 juli 2014 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in stadsdeel Haagse Hout, wijk Bezuidenhout Midden. Hierbij werd onder meer een locatie aangewezen nabij het horecapand van appellant aan de 3e Louise de Colignystraat 155.
Appellant voerde aan dat de plaatsing van de ORAC's te dicht bij zijn pand en het mogelijke voorterras zou leiden tot geur- en geluidoverlast en onvoldoende doorgang voor voetgangers, waaronder rolstoelgebruikers. Het college stelde dat de afstand 3,5 meter bedraagt en dat er voldoende ruimte blijft voor doorgang, conform de lokale verordening. Ook werden maatregelen getroffen om geluid en geur te beperken.
Verder stelde appellant dat een alternatieve locatie aan de overzijde van de weg niet onderzocht zou zijn. Het college erkende dat deze locatie mogelijk geschikt was, maar gaf aan dat ten tijde van het besluit geen concreet terrasbestek bestond, zodat er geen aanleiding was deze locatie te onderzoeken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college zijn beleidsvrijheid redelijk heeft uitgeoefend en dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding om het besluit te vernietigen of te wijzigen.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers nabij het horecapand is ongegrond verklaard.