ECLI:NL:RVS:2015:1266
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kosten bestuursdwang na ontheffingsvoorwaarde overtreding
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier stelde op 29 oktober 2013 de kosten van toegepaste bestuursdwang vast op € 10.006,96 tegen appellant wegens overtreding van een ontheffingsvoorwaarde uit 2008.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze kostenbeschikking, maar zowel de rechtbank Noord-Holland als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bestuursdwang onterecht was opgelegd omdat de ontheffingsvoorwaarde in strijd zou zijn met de Lijst der Geldelijke Regelingen (LGR) van de ruilverkaveling "De Gouw" en dat een lid van het college ook lid was van de Landinrichtingscommissie die de LGR had vastgesteld.
De Afdeling overwoog dat de rechtmatigheid van het bestuursdwangbesluit niet meer aan de orde kan komen bij de toetsing van de kostenvaststelling. Nieuwe feiten die appellant aanvoert, leiden niet tot een ander oordeel. Tevens wees de Afdeling het verzoek af om vergoeding van grondleveringen aan het waterschap, omdat dit een privaatrechtelijke kwestie betreft.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens bestuursdwang afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang blijven voor rekening van appellant.