ECLI:NL:RVS:2015:1268
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging reactieve aanwijzing bestemmingsplan Ypenburg wegens strijd met provinciale verordening
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland gaf op 26 november 2013 een reactieve aanwijzing aan de raad van Den Haag om bepaalde onderdelen van het bestemmingsplan Ypenburg te wijzigen. De aanwijzing betrof onder meer artikelen over perifere detailhandel en detailhandel als nevenactiviteit. Het gemeentebestuur, Bouwmarkt Ypenburg en anderen en een derde appellant stelden beroep in tegen deze aanwijzing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte een aanwijzing gaf met betrekking tot artikel 3, lid 3.4, onder b, en artikel 4, lid 4.1, onder b, van de planregels, omdat deze niet in strijd waren met de provinciale verordening Ruimte. Deze delen van de aanwijzing zijn daarom vernietigd. De reactieve aanwijzing met betrekking tot artikel 1, lid 1.81, onder c en d, werd wel als gegrond beschouwd omdat het plan nieuwe vestigingen van perifere detailhandel in woongerelateerde branches mogelijk maakte zonder dat het plangebied als opvanglocatie was aangewezen.
De Afdeling oordeelde verder dat de reactieve aanwijzing niet onzorgvuldig was voorbereid en dat het onderscheid in de verordening tussen verschillende vormen van perifere detailhandel ruimtelijk relevant is. Het beroep van de derde appellant werd ongegrond verklaard. Tot slot werden proceskosten toegewezen aan Bouwmarkt Ypenburg en het gemeentebestuur, en griffierechten vergoed.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt delen van de reactieve aanwijzing van het college van GS Zuid-Holland en verklaart het beroep van de derde appellant ongegrond.