ECLI:NL:RVS:2015:1272
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen zonder vergunning geplaatste zeecontainer op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht heeft bij besluit van 28 januari 2013 [appellant] gelast een zeecontainer te verwijderen die zonder omgevingsvergunning op een agrarisch perceel was geplaatst. Het perceel heeft de bestemming 'Agrarische doeleinden' met de nadere aanwijzing 'hulpgebouwen'. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] tegen dit besluit ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de zeecontainer niet vergunningvrij is geplaatst omdat het perceel geen hoofdgebouw heeft dat noodzakelijk is voor de bestemming, waardoor de container niet als bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied kan worden aangemerkt. Het college was derhalve bevoegd tot handhaving. Het betoog dat het college door een brief in 2011 verwachtingen had gewekt waardoor het niet had mogen handhaven, faalt omdat [appellant] geen schade heeft aangetoond.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, aangezien het college in vergelijkbare gevallen gefaseerd handhavend optreedt. De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 juli 2014 en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen de zeecontainer bevestigd.