ECLI:NL:RVS:2015:1273
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en opleggen onderzoek geschiktheid door CBR na invloed drogerende stoffen
Het CBR legde appellant een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs na een melding van de politie dat appellant mogelijk onder invloed van drogerende stoffen was tijdens een verkeerscontrole op 15 november 2012.
Appellant voerde aan dat het niet was vastgesteld dat hij daadwerkelijk onder invloed was, omdat geen bloed- of urinetest was afgenomen en het proces-verbaal pas vijf dagen na de staandehouding was opgemaakt. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat het CBR terecht mocht uitgaan van de juistheid van het proces-verbaal, dat op ambtsbelofte was opgemaakt, en dat het niet vereist is dat met een bloed- of urinetest is vastgesteld dat appellant op het moment van staandehouding onder invloed was.
De rechtbank verwierp ook het betoog van appellant dat rode ogen veroorzaakt zouden zijn door stof op het werk en dat hij niet zelf wiet had gerookt. De Afdeling bevestigde dat het CBR bevoegd was het onderzoek op te leggen en het rijbewijs te schorsen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een onderzoek naar rijgeschiktheid door het CBR.