ECLI:NL:RVS:2015:128
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onjuiste adressering
De zaak betreft het hoger beroep van een belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroep tegen een brief van de Belastingdienst/Toeslagen van 15 oktober 2013. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat deze brief wel een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was.
De Belastingdienst/Toeslagen had het bezwaar van 21 juni 2013 tegen het besluit van 26 mei 2010 niet mogen behandelen omdat daarop al was beslist. Het bezwaar had als beroepschrift moeten worden doorgezonden naar de rechtbank. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 15 oktober 2013, en verklaart het beroep tegen het besluit van 26 mei 2010 ongegrond.
De belanghebbende voerde aan dat zij het bedrag van € 12.938,50 niet had ontvangen omdat de toeslag rechtstreeks op de rekening van het gastouderbureau was bijgeschreven. De Afdeling oordeelt dat de toeslag terecht op het opgegeven bankrekeningnummer is uitbetaald en dat de terugvordering terecht is. De Belastingdienst/Toeslagen wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 26 mei 2010 wordt ongegrond verklaard, het besluit van 15 oktober 2013 wordt vernietigd en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.