ECLI:NL:RVS:2015:1282
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor stagiaire in de gezondheidszorg
De staatssecretaris weigerde op 16 mei 2014 de aanvraag van appellante om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een stagefunctie in de individuele gezondheidszorg. Deze weigering werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Rotterdam bevestigd. Appellante stelde dat er geen reëel risico bestond en dat de strafzaken binnen de terugkijktermijn relatief licht waren afgedaan.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij justitiële gegevens binnen een terugkijktermijn van vier jaar worden meegewogen. Appellante had een openstaande zaak wegens medeplegen mishandeling die was geseponeerd met een proeftijd, en een veroordeling voor diefstal met een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast waren er meerdere eerdere veroordelingen buiten de terugkijktermijn.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht het belang van de samenleving zwaarder heeft gewogen dan het belang van appellante bij afgifte van de VOG, mede vanwege het risico dat herhaling van strafbare feiten vormt voor de functie in de gezondheidszorg. Het feit dat appellante haar stage daardoor niet kan afronden, is inherent aan de weigering en reeds verdisconteerd in de beleidsregels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege justitiële antecedenten binnen de terugkijktermijn.