ECLI:NL:RVS:2015:1285
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging voor bezwaar betalingsregeling Belastingdienst
De appellant verzocht om toevoeging van een advocaat voor het maken van bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 20 september 2013, waarbij haar verzoek tot het treffen van een betalingsregeling werd afgewezen. De raad voor rechtsbijstand wees deze aanvraag af op grond van artikel 12 en Pro 28 van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), omdat niet was gebleken dat juridische bijstand noodzakelijk was en appellant in staat werd geacht haar belangen zelfstandig te behartigen.
De rechtbank Oost-Brabant bevestigde deze afwijzing. Appellant stelde dat het oordeel onvoldoende gemotiveerd was en dat de juridische complexiteit van de begrippen opzet en grove schuld juridische bijstand rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde echter dat de zaak niet zodanig complex was dat gesubsidieerde rechtsbijstand noodzakelijk was.
Appellant voerde tevens aan dat de raad had moeten verzoeken om nadere gegevens op grond van artikel 4:5 Awb Pro, wat werd verworpen omdat deze bepaling niet van toepassing was en de aanvraag voldoende gegevens bevatte. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de toevoeging omdat geen noodzaak voor juridische bijstand is gebleken.