ECLI:NL:RVS:2015:1291
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-naleving aanwijzingen
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris werd afgewezen omdat zij zonder geldige reden het aanmeldcentrum verliet en niet verscheen bij het eerste gehoor. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de vreemdeling door haar gedrag geen belang stelde in de beoordeling van haar aanvraag en dat de afwijzing terecht was op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 55. De Raad van State oordeelde dat de door de rechtbank aangevoerde omstandigheden geen bijzondere gronden vormden om van het beleid af te wijken.
De vreemdeling had zich niet gehouden aan de aanwijzingen en had zich niet gemeld na het uitbrengen van het voornemen tot afwijzing, ondanks dat zij rechtsbijstand had. Hierdoor maakte zij het onmogelijk om haar aanvraag inhoudelijk te beoordelen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aanvraag asiel wordt afgewezen wegens niet-naleving van aanwijzingen en niet verschijnen bij het gehoor.